NH gemeente tijdens WOII(2)

 

Home
Omhoog
NH gemeente tijdens WOII(3)

(Uit de 'Oude Doos', Kerkblad juni 2006).
(Naar Inhoudsopgave 'Oude Doos')

De Nederlands Hervormde gemeente tijdens de Tweede Wereldoorlog (2)

Onderhoud van de pastorietuin

Tijdens de vergadering van 22 november 1940 kwam ook het onderhoud van de pastorietuin ter sprake. De predikant had van een belangstellend gemeentelid f 25,= ontvangen voor het onderhoud van zijn tuin en de aankoop van enige jonge fruitbomen. Voor het snoeien van de heggen en heesters, alsmede het rooien van oude fruitbomen wilde de predikant nog f 25,= uit de kas van de kerkvoogdij ontvangen. De president-kerkvoogd wees de predikant erop dat dit in strijd was met hetgeen besloten was tijdens de vergadering van 9 mei 1935. Er werd toen aan het college van kerkvoogden en Notabelen de vraag voorgelegd of bij het vaststellen van het traktement voor de te beroepen predikant opnieuw f 30,= aan het salaris zou worden toegevoegd voor het onderhoud van de pastorietuin. Bij meerderheid van stemmen werd besloten de nieuwe predikant deze toelage niet toe te kennen. Wel werd opgemerkt dat de kerkvoogdij er voor moest zorgen dat de pastorietuin tijdens de vacature niet verwaarloosd zou worden en dat de tuin tegen de komst van de nieuwe predikant behoorlijk in orde gebracht diende te worden.
De vergadering voelde er nu niets voor om onder de huidige (oorlogs)omstandigheden een apart bedrag uit te trekken dat nodig zou zijn om de pastorietuin in een behoorlijke staat te brengen. G. Vos werd evenwel bereid gevonden om voor brandhout de heggen en heesters te snoeien en de oude bomen te rooien, dan zou de predikant vanzelf ruimte in zijn tuin krijgen om een aantal jonge bomen te planten.
Aan de secretariskerkvoogd werd opgedragen om dominee Hulst op de hoogte te brengen van hetgeen tijdens de vergadering was besproken.

Het ophogen van het kerkhof

Tijdens de vergadering van 24 maart 1941 werd gesproken over de ophoging van het kerkhof. Er werd besloten om daarvoor een bedrag van f 300,= uit te trekken. Langzamerhand raakte het in gebruik zijnde gedeelte vol, zodat tijdig een oplossing hiervoor moest worden gevonden. Tegen het vergraven of inruimen van de oude graven had men uit oogpunt van piŽteit tegenover de nabestaanden altijd ernstige bezwaren. Vandaar dat ophoging als de beste oplossing werd gezien. De oude graven bleven intact, terwijl over de gehele oppervlakte van het op te hogen gedeelte opnieuw kon worden begraven.
Op 24 april 1941 werd aan het Provinciaal College van Toezicht te Heeze goedkeuring gevraagd om voor het ophogen van het kerkhof een bedrag van f 300,= uit te trekken. Dit bedrag wilde men afschrijven van het batig saldo van de rekening over 1940.

(Wordt vervolgd).
Ada Peele en Matti Herben, 
Hooge Zwaluwe, 20 mei 2006

 

 

 

© 2003-2009: Protestantse Gemeente Hooge Zwaluwe - Nederland
Gewijzigd: 29-09-2011

Voor vragen, aanvullingen, commentaar: Webmaster Protestants Hooge Zwaluwe